Het nadir van de werkelijkheid

het Moni Aretiou, bezien vanuit de binnentuin, zoals in deze column beschreven.In de bergen boven Elounta is een oud Grieks-Orthodox klooster. Het ligt er eenzaam en verscholen tussen ruwe en rotsachtige bergen, bedekt met droog, geel gras. De wind die altijd tussen de bergtoppen fluit kan er niet bij. Het klooster is in zichzelf gekeerd met aan de binnenhof een kerk en ook nog de kapel van de heilige Lazarus, waar zoveel iconen zijn, dat ze in rijen tegen elkaar staan in de diepe vensternissen. De harmonie van het klooster is een oase in het woeste landschap. De jasmijn bloeit. En ook de rozen en de geraniums. De toppen van de bomen bewegen niet, zelfs niet de palmboom.
In de kerk liggen de misboeken met hun antieke Griekse teksten open op de lezenaars. Er hangt een lucht van orthodoxe wierook. De muren zijn zwartgeblakerd en okerkleurige kaarsen branden in bakken met zand. Ze zijn zojuist opgestoken door een groepje Russische toeristen, die zich overvloedig bekruisen. De vrouwen onder hen hebben een doek omgeslagen. Van de priester, die zijn haren in een knotje draagt, krijgen ze een soort zegen met de olie uit een lamp. Op het voorhoofd en op de handen. Of ik die ook wil hebben. Natuurlijk wil ik dat. In Godsnaam.
Van mijzelf moet ik voeling hebben met zo’n plaats en zo’n sfeer. Als ik die niet heb, is er iets loos met mijzelf. Het ligt altijd aan mij. Dat heb ik mij al lang geleden voorgoed voorgenomen. De kerk zegt mij niets of zo’n klooster zegt mij niets zijn gedachten die ik mijzelf niet toesta. Door ervaring heb ik geleerd, dat dit een goede keuze is. Zo heb ik ook altijd spirituele teksten benaderd. Als de geschiedenis zegt, dat de imitatio Christi een juweel van een tekst is lees ik hem kapot, zogezegd tot bloedens toe, totdat ik dat ook vind en de regels voor mij zó gaan stralen als anderen hebben gezegd, dat ze zouden moeten doen. We leven in een tijd, dat ervaringen een onmiddellijke satisfactie moeten geven. Wat niet in een one-liner gezegd kan worden, kan net zo goed niet worden gezegd. Als dat je houding is zullen het klooster en de spirituele tekst aan je voorbij gaan. Zij zullen zich nooit aan je ontsluiten.
Het klooster in Zwolle was voor Thomas à Kempis het centrum van de wereld. Hij heeft in zijn leven nooit gereisd. Gewoon met zijn broer van Kempen naar Zwolle getrokken en dat was alles. Hij is nergens geweest, maar hij wist wél hoe de mens in elkaar zit. Hij is één van de grootste psychologen uit de geschiedenis. In de religieuze wereld zijn de eenzaamheid en de stilte het centrum van de wereld. De beweging is naar het kleine toe. Dat blijkt tenslotte dan toch het grootste te zijn. En allesomvattend. Nergens gebeurt meer. Wat je niet in de dorpskerk vindt vind je ook nergens anders. Wat je niet in het gewone dagelijkse leven vindt vind je ook nergens anders.
Op weg hier naar toe zijn we door enkele bergdorpjes gereden. Wat oude mensen lopen er rond, of zitten op die houten stoeltjes met rieten zitting, in het zwart gekleed. Het ziet er enigszins mistroostig uit. Ze maken niet de indruk het centrum van de wereld te zijn. Dat zijn deze dorpjes dan ook niet meer. Het ziet er niet meer uit als de Kretenzische cultuur, die in zichzelf genoeg was. Waarschijnlijk is de beschaving ook hier doorgedrongen, want ik zie overal van die groene, Europese vuilniscontainers, die je bij ons ook aantreft. Toen de wereld nog draaide om religie waren deze dorpjes wél het centrum van de werkelijkheid. Als religie uit de werkelijkheid verdwijnt, is het kleine niet meer het centrum van de wereld.
In de structuur van de christelijke kerken en ook in de Islam gebeurt in iedere kerk of moskee hetzelfde en ook het maximale. Buiten de kleine eenheid is niets extra’s te beleven. In de Sint Pieter in Rome tijdens een mis door de paus gedaan gebeurt er niets méér dan in een gewone parochiekerk. Het heeft geen toegevoegde waarde om in de Sint Pieter naar de mis te gaan. Voor de kerk is het centrum van de wereld de parochie. Dus daar leeft iedereen in het centrum van de wereld waar alles gebeurt.
Het centrum van de westerse wereld echter ligt niet in zo’n kleine eenheid. Het platteland ontvolkt, want er gebeurt niets wezenlijks meer. De jeugd trekt eruit weg op zoek naar wat wél het centrum van de wereld is. Dan krijg je de favella’s van de Zuid-Amerikaanse steden, of gewoon onze grote universiteitscampussen, of het World Trade Center, als resultaat van een trek naar het centrum, dat geen centrum blijkt te zijn.
In het gewone westerse leven is het centrum van de wereld en het hoogtepunt van alles altijd ergens anders. De idealen en de targets van de westerse prestatiemaatschappij zijn door niemand te halen en zij die ze toevallig wél bereiken merken dat het niks is. Of tegen die tijd ben je oud en versleten. Het bereiken van het vermaak is het einde van de zaak ... verzuchtte Joop den Uyl al. Ik verdien er een goede boterham mee, als mensen zich tot hun schrik realiseren dat dit zo is, want de olijfboom onder welke ik de vorige column schreef staat in de tuin van het beste hotel in Griekenland. Stilte kost tegenwoordig geld.
Als ik uit mijn werk weg ben, ga ik er altijd meteen aan werken zo’n fatale vergissing bij mezelf te voorkomen. Ik begin met de nodige verbetenheid aan mijn geliefde bezigheid. Het centrum van de wereld ligt in het hier en nu, ergens in deze stilte, in een uithoek van de wereld. Ik ga weer aansluiting zoeken bij die mensen, die dat begrepen hebben en het hebben opgeschreven in oude teksten, die door hun schoonheid de tijden hebben overleefd.
Een schrikbeeld voor mij is het woord uit de parabel van Jezus over mensen, die het woord van God wel opnemen, maar dan toch verloren gaan, omdat ze verstrikt raken in de beslommeringen des levens. Gele bladeren hangen aan de boom van je leven. De boodschappers van de dood staan al te wachten. Je gaat op reis, ver, ver weg. Heb je enig proviand voor de tocht?... zegt de boeddhistische Dhammapada. Lang geleden al heb ik mij bedacht, dat mijn leven in harmonie moet zijn met deze teksten. Niet alleen in morele zin zo goed en zo kwaad als dat kan, maar ik moet er ook de vreugde aan beleven, die zij willen uitstralen. Warm moet ik worden van binnen. En de stilte, daar moet ik van houden. Anders ben ik zelf niet in harmonie.
Eigenlijk moest je dat iedere dag zo kunnen regelen, maar dat gaat in onze maatschappij erg moeilijk. Niettemin, ook de monniken in de woestijn kregen het vaak nog heel erg druk. Want de gewone mensen beseften ook, dat het bij hun te doen was, omdat juist zij leefden in het centrum van de wereld. Met hun problemen en kwalen kwamen ze juist bij hen om raad. Soms moesten de kluizenaars nog veel dieper de woestijn in vluchten, omdat ze merkten dat ze af aan het zakken waren. Daarom hebben hun teksten ook zo´n enorme actualiteit voor de dolgedraaide mens van het Westen.
En dan gaat het niet om de concrete voorschriften, die erin staan. De wereld letterlijk in de steek laten, bijvoorbeeld. Of allerlei moraal. Dat is maar bijzaak. De mooiste teksten uit de philokalia, een prachtige compilatie van teksten uit de christelijke orthodoxe traditie, kwamen trouwens van iemand, die bisschop was, de heilige Diadochus van Photiki, bisschop van Epirus. En hij zal best wel van alles te doen hebben gehad. Catharina van Genua verstopte zich onder haar bed in het kleine ziekenhuisje van Pammatone waar ze directrice van was. Om stilte te kunnen vinden. Om terug te keren naar het centrum van de wereld. Teresa van Avila stichtte kloosters en had het dus druk. Ze schreef haar autobiografie tussen de bedrijven door. Er staan veel herhalingen in, zoals ze zelf ook zegt. Ze had blijkbaar geen tijd om af en toe terug te bladeren. Zij die het hoogste bereikt hebben konden contemplatief leven midden in het dagelijkse bestaan. Zij hebben zichzelf kunnen centreren midden in het tumult van de wereld. Gronden noemt één van mijn patiënten het, die wat meer leeft in het alternatieve jargon. En een mens die niet gegrond is kan uiteindelijk ook niets meer betekenen voor andere mensen.
Je moet dus je eigen kleine wereld weer het centrum van de wereld maken, zodat je ook voelt dat er nergens méér gebeurt. Je kunt de spiritualiteit van die oude denkers zeker naar je eigen wereld verplaatsen, zodat je gaat begrijpen wat ze bedoelden als ze zeiden ... de cel wordt een trouwe vriend en een uitkomst in elke nood. De spirituele cel kan worden tot navel van de wereld en het nadir van de werkelijkheid. Daar moet je die dimensie van het leven koesteren en begieten. Dan moet hij wel goed aangeveegd voor zijn en af en toe worden opgeruimd. En het moet er niet wemelen van bezoek. Thomas à Kempis is een fantastische gids in het actieve leven op zoek naar de stilte. Het beschouwende leven is zeker te combineren met het actieve leven. Daar wordt het juist vruchtbaarder van.
Als ik dan eens in mijn dooie eentje door een Amerikaanse stad wandel moet ik die sfeer kunnen oproepen, dan hou ik het uit en dan kan ik er ook wat mee. Of gewoon in mijn dagelijks werk, maar dat vind ik toch nog erg moeilijk. Joy zou dat het zijn? De voltooi¬ing, hier en nu, van de onsterfe¬lijke erfenis van de mens ... zoals Evelyn Underhill het zegt? Ik krijg de kale schrik al van de gedachte, dat ik aan zoiets misschien af en toe zou reiken, want dat is toch zeker onverdiend. Iets waar niemand recht op heeft en zeker ik niet.
Het centrum van de westerse wereld is niet te bereiken voor de gewone mens en de enkeling die het wel bereikt vindt er al gauw niks meer aan. Maar de vreugde aan het bestaan, die is wel te bereiken voor iedereen. In religie is alles te bereiken voor iedereen. Je staat altijd in het brandpunt. En de top valt niet tegen. Er is geen eindpunt aan. Het is een altijd wijkende horizon en het wordt er alleen maar mooier op. De laatste keer dat we in het klooster komen speelt de avondzon door de symmetrie van oude stenen en ik heb het gevoel dat ik weer een beetje tot mijzelf gekomen ben.