Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

De Heilige Diadochus van Photiki

Een oude liefde

Hoe ligt het verband tussen de ziekte ten dode, de “sygdommen til döden” van Søren Kierkegaard, zoals eerder beschreven (de ziekte ten dode 2024, op deze website), en de vreze Gods? Tenslotte blijkt de ziekte ten dode van Kierkegaard een liefdesaffaire te zijn met God. Je moet blij zijn als je ze hebt, zij het achteraf. Er is een verband met mystieke ervaringen, zoals de donkere nacht van de ziel van Sint Jan van het Kruis. Hoe moeten we dan de vreze Gods duiden? Het boze oog bijvoorbeeld? Een God die alles ziet en met het oordeel en meteen ook met de straf al klaar staat? God is toch liefde, zoals Sint Jan zegt? 

Jan van het Kruis
Sint Jan van het Kruis

De heilige Diadochus van Photiki staat bekend om zijn thema, de liefde. Hij was bisschop van Photiki in Epirus, het huidige Noordwest Griekenland en Albanië, in de vijfde eeuw. Zijn teksten zijn onderdeel van de Philokalia, een verzameling spirituele geschriften uit de orthodoxe kerken, in de negentiende eeuw in Rusland herontdekt, en nog niet zo lang geleden in het Engels vertaald. De Philokalia worden ook in het Westerse Christendom erkend als orthodox. 

Fransiscus van Assisi door Giotto
Fransiscus van Assisi door Giotto

Diadochus zegt … no one can either love truly or believe truly unless he first brought accusation against himself. Voordat je dat dóór hebt ligt een periode met angst, onbestemde, dierlijke, angst. Zo’n episode is bij vrijwel allen met mystieke ervaringen in de biografie aan te wijzen, bijvoorbeeld bij Franciscus van Assisi, Teresa van Avila, Jan van het Kruis, Thomas Merton, maar ook bij gewone mensen. Jezelf beschuldigen, je niets waard achten, is al een stap verder, die snel volgt, anders was de toestand ook niet te overleven. Je moet eerst de lichtende kier onder de deur in die pikzwarte gang ontwaren en zien wat het is dat je overkomt, want in het begin is dat niet duidelijk. Dat is met crises altijd zo. Als je weet hoe het afloopt is het leed al half geleden. De meeste mensen denken dat ze knettergek aan het worden zijn. Het wel mooiste beeld in de Bijbel is dat van Jona die drie dagen in de buik van het zeemonster moet verblijven, alvorens hij door het beest wordt uitgespuugd het strand op. Velen ontdekken wél al gauw dat ze met goede daden doen de ramp iets kunnen bezweren. De ramp is dan de totale desintegratie, die zelfs de dood overstijgt.

Jona en het zeemonster
Jona en het zeemonster

Dat is wel een onderscheidend kenmerk met andere psychiatrische beelden, want jezelf voor de trein gooien helpt niet. De vreze Gods begint dus wél met iets schijnbaar buitengewoon rampzaligs, want de weg die je opgaat begint from scratch, vanuit het totale niets. Je hebt geen mogelijkheden voor analyse. Je kunt jezelf niet helpen. De dokters kunnen dat ook niet, want ze begrijpen het beeld niet. De ervaringen van dergelijke mensen met dokters is magertjes. De angstaanvallen van Thomas Merton op de Long Island Railroad werden geduid als hyperventilatie en daar schoot hij niets mee op.

Thomas Merton
Thomas Merton

Dit maakt het twijfelachtig of zo’n beeld wel komt van iets in de mens zelf. Eigenlijk niet, het verschijnsel komt feitelijk niet van de mens zelf, maar het kan een half leven duren voordat je daarachter bent. Wie ikke? … zegt Matteüs in het schilderij van Caravaggio, als hij geroepen wordt. Maulana Jallal ‘Uddin Rumi, de soefi-mysticus, zegt dat bij het begin van de vreze Gods God al aan je aan het trekken is. De eerste reactie is dan – als de storm schijnbaar iets gaat liggen- dat je zoiets onmogelijk waard kunt zijn. Maar jezelf niets waard vinden is iets anders dan jezelf onwaardig achten. Want niemand is dit soort aandacht van God waardig. De oplossing van deze Gordiaanse knoop moet ergens anders liggen.

Roeping van Matteus
De Roeping van Matteus (Carravaggio)

Dan ontstaat de eerste variant van de vreze Gods, die dus op hetzelfde neerkomt als de sygdommen til döden. Het begin van de wijsheid is de vrees voor Jahwe … Spr. 9:10 en Diadochus …  no one can love God consciously is his heart unless he has first feared him with all his heart … In onze tijd van spiegeltjes en kralen herkennen wij dit verschijnsel niet en daarom is het ook zo’n lijdensweg. Het verpletterende besef dat God van je houdt en met je bezig is. Daar kom je niet op. In het begin heeft niemand door dat het de barensweeën van het geloof zijn. Er ontstaat een negatief zelfbeeld dat door psychologen terecht wordt veroordeeld, hoewel meestal de religieuze oorsprong niet wordt herkend.

Godsbewijzen zijn ongeldig, behalve misschien het ontologische, maar dat is haast niet te begrijpen. Echter, als er een geldig psychologisch godsbewijs zou bestaan, dan zou deze ervaring van een mens het wel zijn. Niettemin, het geloof kan nergens door worden gerelativeerd, ook niet door godsbewijzen, maar in de Middeleeuwen zou het psychologisch godsbewijs toch een kans maken of het zou worden gerangschikt onder de antropologisch-ethische godsbewijzen.

Belevingen van de vreze Gods en van de ziekte ten dode zijn inderdaad in het begin afschuwelijk. Erger worden ze bijna niet gekend in een mensenleven. Maar toch, als je in de Bijbel zo leest over een oude vrouw, die zich altijd ophield in de tempel en leefde in de vreze Gods. Die zal toch wel gelukkig zijn geweest? Mijn oma ging op haar oude dag iedere avond naar de kerk, een paar deuren verder. Dat zal ze zeker niet uit angst hebben gedaan? Zij heeft in haar leven ervaren, ondanks alles wat haar overkwam, dat de vreugde Gods haar wachtte. Dat hij me maar komt halen … zei ze op het einde. En dat deed Hij dan ook. Ze heeft ervaren dat de vreze Gods verandert in de vreugde Gods. Het is tenslotte eigenlijk hetzelfde. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ziekte ten dode is eigenlijk de vreze Gods die langzaam verandert in de vreugde Gods … for perfect love casts out fear … (1 Joh 4). Nee, het was bij oma vrede hebben met de afstand tot God en geloven in genade. Oma wist dat ze zichzelf niet kon verlossen en dat ze niet volmaakt was. Ze geloofde in genade, in verlossing. Diadochus … niemand kan gered worden unless he sweetens his soul continually with the fear of God. De vreze Gods wordt dus zoet

De talloze malen dat de vreze Gods in de Psalmen voorkomt slaan op iets  geweldig moois. Een fine tuned vreze Gods is vreugde. Het is genot. Het is niet het eindpunt van ascese, je uiterste best doen, maar het aanvaarden van de afstand, je gebrokenheid, en het besef dat God toch van je houdt. Dat je verlost moet worden en al verlost bent. Iemand die de vreze Gods echt kent kan alleen maar op vreugde uitkomen, zoals het eindpunt van de ziekte ten dode ook alleen maar vreugde kan zijn. Paulus, de moordenaar, leeft in de vreze Gods maar als vreugde. Hij spreekt over zichzelf als “die misgeboorte”, maar als iemand in vreugde, die niet verstoord kon worden door de beproevingen van zijn leven. Teresa van Avila zei van zichzelf … dat er op zo’n mesthoop toch zo’n mooie bloem kon groeien. En … ich bin ein Weib und obendrin kein gutes … Iemand kwam aan de hemelpoort en hij mocht pas binnen als hij honderd punten haalde. Met veel moeite kwam hij aan de 25. En Petrus wilde deur al dichtslaan toen de man zei … en de rest zal de barmhartigheid Gods moeten doen. Toen ging de deur wagenwijd open. En de Islam zegt het nog wat pittiger … iemand die niet gelooft in de barmhartigheid Gods staat eerste in de rij der verdoemden, naast de apostaten. Deze laatsten zijn zij die eerst geloofd hebben maar vervolgens het geloof hebben afgezworen. En dat is helemaal ondenkbaar.

Teresa van Avila
Teresa van Avila

The fear of the Lord is pure, and endures for ever Ps 19,9 LXX. Zij gaat gelukkig nooit over. De vreze Gods is echter niet iets moreels, omdat je erin geslaagd bent zo supergoed te zijn. De vreze Gods is een werktuig dat je door het leven heen helpt … fear of God as a life-giving medicine …, een geneesmiddel van een ziekte die je nooit dacht te boven te zullen komen en het is ook nog eens een aangenaam werktuig dat je nooit teleurstelt en waar je bijna niets voor hoeft te doen. Je hoeft je niet uit te vasten, te geselen, een kameelharen T-shirt aan te trekken dat de hele dag kriebelt, kettinkjes met scherpe uitsteeksels om de knieën bij het bidden en wat de mens zich allemaal heeft bedacht om God waardig te worden … Je krijgt het allemaal om niet, gratis. Nee, Diadochus … its fear diminishes as its love increases. Liefde is dus de motor en niet de prestatie.

De Boeddha zegt … de luit moet goed gestemd zijn. De snaren moeten niet te strak gespannen of te slap zijn. In beide gevallen klinkt ze vals. Daarom is menig Boeddhabeeld ook zo dik. Siddharta Gautama hoefde niet meer te vasten om de zin van het leven te vinden. Maar Jezus kan er ook wat van. Wat hij allemaal niet heeft gedaan en gezegd dat tegen de normen van zijn tijd inging … eten bij tollenaars en zondaars, genezen op de sabbat, de overspelige vrouw, de verloren zoon … ik kom voor de zieken, niet voor de gezonden … enzovoorts. Het gaat maar door, het is eigenlijk een hoofdthema. Het gaat alleen maar over de liefde.

Met het boze oog als beeld van God moet dus korte metten worden gemaakt. Zo is God niet. Het boze oog wordt vaak gebruikt om greep te krijgen op de schuldhuishouding van mensen, bijvoorbeeld in sekten. Het boze oog is een menselijk maaksel, een beeld van God dat de beeldenstorm niet had mogen overleven, je een beeld maken van God zoals dat in de Reformatie en de Islam expliciet verboden wordt en in de katholieke kerk aan strenge regels onderworpen is. De beeldenstorm was prima. Wel jammer van al die kunst. Dan zijn trouwens woordbeelden van God, zoals die in de Reformatie en in de Islam toch opgeld doen even erg als een “gietstuk”. Een beeld van God mag alleen een hulpmiddel zijn, je mag het nooit aanzien voor God zelf.

De eerste reactie op de vreze Gods is dus vaak alles goed willen doen, goede werken doen, je in de waarheid storten. Een goed begin, zeker. Daarnaast en daartegenover staat de menselijke vrijheid, die ook een schepping is van God. Ze bestaat en vindt alleen haar oorsprong in God. De filosofie en de wetenschap zijn nooit in staat geweest de menselijke vrijheid te funderen. Er bestaat een “glans van de waarheid, de veritatis splendor”, een encycliek van Johannes Paulus II, maar als pendant bestaat er ook een “libertatis splendor”. In deze schijnbare tegenstelling ligt het verschil tussen de katholieke kerk en bijvoorbeeld een sekte. Een sekte kent geen vrijheid van de menselijke persoon en daarom meestal ook geen waarheid, of die is zo gortdroog dat ze mensen alleen maar ziek maakt. Nee, de schijnbare tegenstelling tussen vrijheid en waarheid moeten we overstijgen, niet willen oplossen, zien als een mysterie, een spanning in het bestaan die wezenlijk is en nooit weggaat, zo met verpletterende schoonheid beschreven in de brieven van Paulus. En in die onoplosbare spanning ligt de bron van de christelijke nederigheid. Het gaat in het leven nooit om de waarheid alleen. Je streven naar perfectie is geen goede reactie op de vreze Gods, je gebrokenheid zien en daar vrede mee krijgen door de genade Gods. Zien dat God liefde is. Je best doen, meer wordt er van ons niet gevraagd. Don’t try to be an angel, or you will be a beast. De vreze Gods heeft eigenlijk met vrees niets te maken. En de ziekte ten dode verbleekt en wordt zelfs ten goede gekeerd als je geleerd hebt wat christelijke nederigheid is. Quest for love, free from self-esteem, no hate … zegt Diadochus. Daar gaat het om.

Wie kan er dan nog gered worden vragen … de apostelen zich af, als de rijke jongeling door Jezus wordt afgewezen. Waarop Jezus zegt dat voor God alles mogelijk is. Bijvoorbeeld het oude adagium … een leeuw op de preekstoel een lam in de biechtstoel … En een bevriende priester pleegt te zeggen … je moet iemand nooit met een blauw oog de biechtstoel uit laten gaan … De fout van de gnostische stromingen is, dat ze zich alleen bezig hielden met de waarheid en niet met de vrijheid en dus eigenlijk de schepping ontkenden, en dat kan niet, want die is juist het strijdtoneel van het bestaan. 

Menig sekte houdt zich alleen bezig met een vermeende waarheid, die gewoonlijk steeds gekker wordt. Giordano Bruno, de armoedebewegingen in de middeleeuwen, de Katharen tegenover Sint Franciscus van Assisi. Met het verachten van de schepping is het gevecht van het leven niet meer nodig. Hier ontstaat dus ook de christelijke nederigheid, die zo wezenlijk is en die zo haaks staat op de sekte. Het was de fout van Augustinus toen hij nog Manicheeër was. De sekte heeft haar goeroes nodig die vereerd moeten worden. Een echte katholiek vindt zichzelf een waardeloze dienaar, en is sprakeloos in het zicht van zijn Minnaar. De katholieke kerk kent geen goeroes, de paus niet bijvoorbeeld en geen enkele heilige of kerkleraar, maar alleen maar mensen … who cling to God with an irresistable longing. Een belangrijke titel van de paus is, servus servorum Dei, de dienaar der dienaren Gods. Hij is dus inderdaad geen goeroe, hij is personeel. Psalmen 111:10 Grondbeginsel der wijsheid: ontzag voor de Heer; heilzaam beginsel voor wie dit betrachten. Zijn lot zal standhouden voor eeuwig! Christelijke nederigheid dus. Hier ligt ook de sterke overeenkomst met Islam, de godsdienst van hen die zich hebben overgegeven.

Niettemin is er de trek naar de waarheid, weg van de vrijheid, getuige de gnostische stromingen die er in de hele geschiedenis zijn geweest en ook nu nog in de kerk voorkomen. In de sekte kan het dan leiden tot duivelse excessen, collectieve suïcide, misdaad, bijvoorbeeld Charles Manson, Jonestown Guyana, Waco Texas, een goeroe die 99 Rolls Royces nodig heeft om te kunnen leven. In deze wezenlijke spanning in het bestaan gaat het dus niet om kleinigheden. Johannes Paulus II, voor mij een absolute ster en heilige, presteerde het toch van Opus Dei een persoonlijke prelatuur te maken, niet vallend onder een bisschop en helemaal zelfstandig. Het idee was goed, maar het veronachtzaamde te veel de libertatis splendor, waar zij zich ophouden tot wie Jezus zich richt. De weg van de ziekte ten dode naar de liefde Gods heeft dus de waarheid zowel als de vrijheid nodig.

In Amerika vraagt men zich opgewonden af waarom bisschop Joseph Strickland uit zijn ambt is gezet als bisschop van Tyler, Texas. Na enkele zinnen weet je al hoe zit, hij lost het mysterie op naar één kant, naar de waarheid, en dat is niet katholiek. Oppervlakkig gebruikt hij wel precies de juiste woorden maar je voelt dat het niet klopt. In bepaalde kringen is hij een goeroe aan het worden. Maar dat is gelukkig gewoonlijk het begin van het einde. Het gevolg van een goede balans tussen vrijheid en waarheid is dus de christelijke nederigheid, een kenmerkend onderscheid met de sekte. Nee, dan paus Franciscus die tegen een vol Sint Pietersplein een keer zei … jullie deugen allemaal niet … en na een korte retorisch, op de seconde getimede pauze … en ik ook niet. Dat is nou de vreze Gods en echt katholiek.

De onzin die door de gnostiek allemaal werd verkondigd, is bijna onvoorstelbaar. Dat betekent natuurlijk niet dat de Katharen te Carcassonne in de pan gehakt moesten worden en Giordano Bruno op de brandstapel moest belanden. Daar heeft Johannes Paulus II ook een mea culpa over uitgesproken, voor de zonde tegen de vrijheid en tegen het leven die de kerk heeft begaan, niet voor de vermeende zonde tegen de waarheid, want wat bijvoorbeeld Giordano Bruno en de Katharen hebben verkondigd is echt onzin en dat vindt de kerk nog steeds. Als je je alleen met de waarheid bezig houdt is je waarheid tenslotte niet meer waar. De spanning tussen vrijheid en waarheid is noodzakelijk om vooruit te komen op de weg van armzalig schepsel tot een geliefde Gods.

Een wanbalans tussen vrijheid en waarheid levert ook de stoornis in het kennen op zoals de filosofen dat bedoelen in de kenleer. Het credo, ut intelligam van Anselmus van Canterbury, ik geloof opdat ik begrijp, in die volgorde. Dus als je niet gelooft, kun je niet kennen. Dan verlies je alle contact met de werkelijkheid. Door het geloof wordt aan de echte werkelijkheid betekenis gegeven. En dat niet alleen. Ze wordt er ook door gecreëerd. En om te geloven moet je nederig zijn, weten wat overgave is, anders kun je niet kennen en dan wordt je waarheid een eigen verzinsel. Liefde kan niet bestaan van de waarheid alleen. Jezus had medelijden met de gebroken mens. Hij hield van hem. Dus obstakels om van de vreze Gods de liefde Gods te maken zijn er genoeg. De smalle poort die leidt naar de hemel heeft de vrijheid nodig. En de reis van de vreze Gods naar de vreugde Gods heeft dus ook de vrijheid nodig.

Wat is dan de plaats van de vreze Gods in de eerste twee geboden? Zij animeert die twee ook als zij is overgegaan in de vreugde Gods. Volgens Martin Buber is het geliefde zijn van je medemens niet mogelijk zonder ook minnaar te willen zijn van God. En andersom. Het is een communicerend vat. I and Thou … zegt hij. Langzamerhand leidt de vreze Gods tot een totale omvorming van het bestaan. Je kunt niet meer anders denken. Hij herschept je. Alles wordt betrokken op die Ene. Het persoonlijke lijden is gruwelijk, maar het is niet alles. Er is nog iets wat daarboven gaat. Je hoort het vaak bij de beelden van Gaza, ergens op de achtergrond … Insjallah. Onvoorstelbaar. De vreze Gods is ook een antropolegoumenon, een doorslaggevend kenmerk van de mens waar hij ook leeft of geleefd heeft. Daarom is de vreze Gods, mutatis mutandis, ook overal zo goed te herkennen. Sommige verschijnselen in andere culturen zijn moeilijk te duiden of te herkennen, maar de ziekte ten dode wél en ook de vreze Gods.

De vreze Gods kan dus met persoonlijk lijden gepaard gaan, zeker in het begin. Het hoort er ook bij. In de Aziatische godsdiensten, zoals het Boeddhisme is het persoonlijke lijden niet zo belangrijk. Het is iets van het ego en van dat ego moet je juist af. For unless a man sets himself utterly at naught, he cannot speak of the majesty of God … zegt Diadochus. Dat is uiteindelijk ook de conclusie van Kierkegaard, het persoonlijke lijden, zelfs in de vorm van de ziekte ten dode, is zonde. En de vreze Gods is in het begin juist een stimulans om de goede weg op te gaan, boven jezelf uit te stijgen, een soort karwats. Niet omdat God je wil afranselen, maar omdat hij iets speciaals met je voor heeft. Hij is aan je aan het trekken, want Hij wil dat je Zijn geliefde wordt. Het trekken van God is ook incisive. Je kunt geen andere weg meer op. De Boeddha zegt … ga niet in de berm van de weg zittenwalk on. Daar krijg je bij de vreze Gods geen kans voor. Je wordt wel voortgezweept. Dan is het kattenluik achter je dichtgevallen en dan moet je wel. Er is wél de zekerheid dat je goed terecht komt want God misleid je nooit. Dit gebeuren in een mens is totaal en alomvattend. Het beheerst alles, alle uithoeken van het leven … geestelijke communicatie bevredigt totaal onze behoefde aan intellectueel inzicht … zegt Diadochus, lees liefde. Umar Ibn al Farid, de wel beroemdste Arabische dichter, werd dronken van liefde en rende met zijn eureka in zijn blootje de straat op en zo verwoordt hij het als het luik ook achter hem is dicht gevallen …

I have no way to leave
my path in love,
And if one day I turn away
I have lost my true religion.

If ever an urge for other than you
slips through my mind,
I will die
In apostasy.

Your threat is my promise,
its execution a gift to a friend
steady under any affliction
save separation. 

Now I have the ear of Moses
Who heard God’s word,
And my heart knows that glorious sight
Held by Muhammad’s eye.

My spirit is the spirit
of all that spirits are,
while all the beauty you see in creation
flows from my clay. 

Ubi caritas et amor Deus ibi est. Net als libertatis splendor en veritatis splendor, is het een tegenstelling die niet op te lossen is. Het is een mysterie, een ander mysterie dat met de vreze Gods te maken heeft. Generaties religieuzen hebben geprobeerd door middel van al dan niet extreme ascese zichzelf geprobeerd God waardig te maken, juist met betrekking tot de abstracte liefde tot God. Teresa van Avila wordt door haar biechtvaders aangemoedigd, zeg maar gedwongen, zich in haar gebeden en meditaties te richten op de liefde als abstractum. Op God als de Oneindige, de Onbegrijpelijke. Daar moest zij niets van hebben. Zij richtte zich graag op de kruisweg, op de lijdende Jezus als mens. Zij maakte zich daar levendige voorstellingen van en moest dan vaak huilen. Daarom is het Hooglied ook in de Bijbel opgenomen. Het verzinnebeeldt niet alleen de liefde tussen twee mensen, maar ook die tussen de mens en God.

Hiertoe werd de vreze Gods door instituties vaak opgeklopt, bijvoorbeeld door het boze oog. Alleen bleek dit niet te werken. Het bekendste voorbeeld is de Boeddha, die na zes jaar ascese nog niets had bereikt. Een mens kan zichzelf niet verlossen en iemand die dat wél denkt begaat in het Boeddhisme de grootste fout die er is, zo ook in de katholieke kerk, het is hubris, hoogmoed en die staat lijnrecht tegenover nederigheid. Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, geniaal geschreven, is onvoorstelbaar deprimerend, juist hierdoor, omdat het waar is, maar niet vrij.  Het dwingt een splitsing op tussen caritas en amor. Het beroemde beeld van Bernini in de Santa Maria della Vittoria in Rome stelt voor hoe de heilige getroffen wordt door een cupido met een pijl recht in haar hart. Ja, zo wordt de ziekte ten dode genezen en niet door het beschouwen van een abstractum. Maar een kloosterzuster, met wie ik een keer voor het beeld stond vond het maar niks. Er zat te veel passie in.

Een heiligenleven waarin bijvoorbeeld de lichamelijke liefde en de strijd ermee geen rol lijkt te spelen is qua autobiografie niet volledig. Waarschijnlijk is de amor in de legendevorming verdwenen of weggepoetst. Teresa van Avila had veel kritiek op haar biechtvaders behalve op hen op wie ze verliefd was. De liefde tot God bedient zich in de menselijke persoon van dezelfde instrumenten als de liefde tussen mensen. Veel liefdesgedichten in de literatuur kun je één op één ook gebruiken voor de liefde tot God, zoals het Hooglied. Origenes, een ster uit de vroege kerk, ontmande zichzelf om meer plaats te maken voor de liefde tot God. Dat was natuurlijk een blunder en hij heeft van deze daad later veel spijt gehad.

Pater Valentin Arteaga, emeritus generaal overste van de orde der Teatijnen, won prijzen met zijn religieuze liefdesgedichten, maar zijn gedichten kun je ook schrijven aan een vriend of vriendin. Daarom won hij die prijzen ook. Ubi caritas et amor deus ibi est … de liefde Gods moet door de menselijke liefde worden geanimeerd. Hoe, dat is een mysterie. Maar de kunst, zoals de poëzie, lijkt een manier te zijn … but with Gods help man can become good through careful attention to his way of life, he transforms himself into what he is not, by devoting his attention to true delight, unites itself to Goden Job 28:28 … Hij zegt tot de mens: “Wijsheid? Wijsheid is: God vrezen en het kwaad vermijden”. Het echte kwaad vermijden vanzelfsprekend, dan komt de vreugde vanzelf.

Als de vreze Gods veranderd is in de vreugde Gods, als de ziekte ten dode over is, dan zingt de psalmist … my heart has trusted in Him and I am helped; my flesh flowers again, and with all my being I will sing his praise Ps 28, 7 LXX. Spiritual wisdom comes through prayer, deep stillness and complete detachment … Dat is dus vreugde en geluk. Iemand die dat heeft is nooit eenzaam, want je geliefde is altijd bij je. Eenzame mensen zijn niet aantrekkelijk om mee om te gaan. Je doet er een goed werk mee, maar je krijgt er niet veel voor terug. Mensen die de ziekte ten dode overwonnen hebben zijn juist wél aangenaam gezelschap. Zij trekken mensen aan. Een oude dame vertelde mij eens … ik ben nooit alleen en nooit eenzaam. We begrepen elkaar. Een kleine zoon van een nichtje had zijn moeder gezegd dat ik toch wel zielig moest zijn, omdat ik alleen woonde. Ik merkte tegen haar op … je hebt toch zeker gezegd, dat ik nooit alleen ben, want Jezus is er altijd. Een echte kluizenaar is nooit alleen. Soms klaagt Hij wel eens … moet dat nou, dat eeuwige bezoek?

Het begin van de ziekte ten dode is dus transcendent, ontstijgt leven en dood. De dood lost niets op. En het einde, de liefde Gods is ook transcendent, de dood is een onbetekenende rimpeling geworden, een voortzetting van iets wat er al is. En het eindpunt van de sygdommen til döden en de vreze Gods staat in monumentale verzen beschreven in het Hooglied …

Draag mij als een zegel op uw hart, als een zegel aan uw arm:

Want sterk als de dood is de liefde,

Met de onverbiddelijkheid van het dodenrijk sluit zij ieder ander buiten.

Haar vonken zijn bliksemschichten, vlammen van Jahwe.

Geen stortvloed van water kan de liefde blussen,

Geen rivier spoelt haar weg.

Al bood iemand al wat hij bezit voor de liefde,

Met verachting zou men hem afwijzen.

Hooglied 8,6-7 Willibrordvertaling